Press

A woman painting with traditional Asian-style paintings in the background, sitting at a table with painting supplies, in an art studio or gallery setting.

Haarlems Dagblad
27 Oct, 2025

Interview by Anna Bartlema

Rouwrituelen gegoten in keramiek. Soonhwa Kang: ’Ik wil mensen het onzichtbare laten zien. Of laten voelen’

Het liefst zit Soonhwa Kang (50) elke dag met haar handen in de klei of werkt ze aan haar monochrome inktschilderijen. Tijdens de Kunstlijn exposeert de Japans-Koreaanse kunstenaar keramieken objecten, geïnspireerd op eeuwenoude rouwrituelen.

Van alle creaties in Kangs atelier in het Badhuis in Haarlem valt één werk wel erg buiten de boot: een schets van een knalroze tompouce. En dat terwijl de kunstenaar voornamelijk in zwart, wit en grijs werkt.

Hoe is die tompouce daar zo beland? ,,Ik studeerde van 2015 tot 2020 aan de Kunstacademie Haarlem en kreeg de opdracht om gekke voorwerpen na te schilderen. Een tompouce viel totaal buiten mijn stijl, daarom vond ik het juist leuk. Op diezelfde school raakte ik verliefd op de Japanse inktkunst sumi-e en op klei. Juist omdat het eeuwenoude materiaal gepaard gaat met eeuwenoude Aziatische filosofische denkbeelden, spreekt het mij aan.”

Voor de overledenen

Tijdens de Kunstlijn exposeert Kang haar keramieken serie Vessels of Remembrance, geïnspireerd op Japanse, Chinese en Koreaanse rouwrituelen waarbij voedsel wordt geofferd aan overledenen.

,,Als kind vond ik onze herdenkingsceremonies gek. Maar toen mijn moeder overleed, heb drie jaar lang gehuild van verdriet. Ik was pas net in Nederland en ik zou na een paar jaar weer samen met haar gaan wonen in Tokio. Maar ik was haar kwijt. Daarna begreep ik waarom we de gestorvenen eren. We hebben het verleden nodig om ons te concentreren op de toekomst.”

De van origine Koreaanse Kang groeit op in de grote hoofdstad van Japan: Tokio. Als jong meisje krijgt ze schilderles van haar buren en op haar negende werkt ze voor het eerst met olieverf. In deze jaren voelt ze: later wil ik naar de kunstacademie. Alleen dachten haar ouders daar anders over.

,,We zijn immigranten en als Koreaanse familie maakten we continu discriminatie mee in Japan. Daardoor zijn mijn ouders journalisten en activisten geworden. Ze wilden dat ik iets ging studeren waardoor ik makkelijker een internationale baan zou kunnen vinden.”

Uitsluiting als Koreaanse

Uiteindelijk studeert ze af in Duitse literatuur, maar blijft in haar vrije tijd kunstzinnige cursussen volgen. Zoals grafische vormgeving, de branche waar ze later in zou gaan werken. Alleen niet in Japan, want ook Kang kreeg te maken met uitsluiting.

,,Vanwege mijn Koreaanse naam werd ik afgewezen voor banen en werden woningen me geweigerd. De sollicitaties verliepen altijd soepel, totdat iemand mijn naam zag en vervolgens zei: jij mag hier niet wonen want je bent Koreaans.”

In Japan mocht ze dus niet meedraaien. Niet veel later ontmoette ze haar huidige man, een Nederlander, die in Tokio Japans studeerde. Ze verhuisden samen naar Signapore, later New York en inmiddels wonen ze al zeventien jaar in Nederland.

In haar jeugd ontwikkelde ze een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Ze ruikt onrecht van mijlenver, zoals ze zelf zegt. Ook in haar hedendaagse werk als kunstenaar is ze zich bewust van hoe culturele identiteiten kunnen botsen. Maar in plaats van de barricades betreden, hoopt ze aan de hand van eeuwenoude Aziatische tradities Nederlanders aan het denken te krijgen. ,,Met mijn werk wil ik mensen het onzichtbare laten zien. Of laten voelen.”